aantrekken.
Daarna leg je de draad bovenaan langs de pinnetjes. Meestal wikkel je de draad eerst een keer om alle pinnetjes, zodat op elk pinnetje een lus zit.
Vervolgens leg je de draad opnieuw langs de buitenkant van de pinnetjes. Met een klein haakje til je de onderste lus over de bovenste draad en over het pinnetje heen. Dat doe je bij elk pinnetje, steeds in dezelfde volgorde.
Na elke ronde trek je het koord onderaan voorzichtig iets naar beneden. Zo wordt het punnikwerk steviger en groeit het snoer gelijkmatig.
Deze beweging herhaal je steeds opnieuw. Na een paar rondes verschijnt onderaan het eerste stukje koord. Hoe langer je doorgaat, hoe langer het snoer wordt.
Waarom was punniken vroeger zo populair?
Punniken was populair omdat het eenvoudig, goedkoop en toegankelijk was. Je had geen dure materialen nodig. Een restje wol en een punnikpoppetje waren genoeg.
Daarnaast was het een activiteit
