niet door uitzonderlijk georganiseerd te zijn. Ik deed het niet doordat ik over een bijzondere vorm van geduld beschikte. Ik deed het ook niet omdat ik nooit bang, boos of uitgeput was.
Ik deed wat op dat moment nodig was.
Daarna deed ik het volgende.
En wanneer ik dacht dat ik niet meer kon, keek ik naar Lily en ontdekte ik vaak dat er toch nog iets over was: één rustig woord, één zachte beweging, één poging om opnieuw te beginnen.
Mijn dochter had me in haar eerste elf maanden
