dat ik aanwezig bleef.
Dat verschil was belangrijk.
Ik hoefde niet te doen alsof vermoeidheid mooi was. Ik hoefde niet dankbaar te glimlachen wanneer ik het moeilijk had. Ik kon zielsveel van Lily houden en tegelijkertijd verlangen naar een uur ononderbroken slaap. Die gevoelens sloten elkaar niet uit.
Juist door dat te erkennen, werd het gemakkelijker om eerlijk naar mezelf te kijken. Ik was geen slechte moeder omdat ik moe was. Ik was geen ondankbare moeder omdat ik soms rust nodig had. Ik was een mens die een ander klein
