dag te verdelen, wordt het gemakkelijker om regelmatig verschillende voedingsstoffen binnen te krijgen. Begin de dag bijvoorbeeld met een banaan en kiwi, voeg avocado toe aan de lunch, neem bosbessen als tussendoortje en geniet later op de dag van een stuk watermeloen.
Deze voorbeelden zijn geen vast dagschema. Het belangrijkste is dat het fruit past bij de persoonlijke eetlust, gezondheid, voorkeuren en de rest van de voeding. De ene persoon eet liever fruit bij het ontbijt, terwijl een ander het prettiger vindt als tussendoortje of na de warme maaltijd.
Fruit voorbereiden en bewaren
Was fruit kort voor gebruik onder stromend water. Snijd alleen de hoeveelheid die direct wordt gegeten, vooral bij appels, avocado’s, kiwi’s en watermeloen. Aangesneden fruit is kwetsbaarder en moet zorgvuldig worden bewaard.
Controleer fruit vóór het eten op geur, kleur en structuur. Zacht fruit hoeft niet automatisch bedorven te zijn, maar beschimmelde, slijmerige of onaangenaam ruikende stukken
