van deeg van ongeveer twee centimeter omhoog. Deze opstaande rand helpt om eventueel uitlopend vruchtensap tijdens het bakken op te vangen. Druk de overgang tussen de bodem en de rand voorzichtig aan, zodat daar geen scheurtjes ontstaan.
3. Bereid de pruimen voor
Was de pruimen grondig onder stromend water. Wrijf eventueel vuil voorzichtig van de schil en controleer de vruchten op beschadigde of zeer zachte plekken. Laat de pruimen daarna goed uitlekken. Te veel achtergebleven water kan de bovenkant van het deeg onnodig vochtig maken.
Halveer de pruimen en verwijder
